opwekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·wek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opwekken
wekte op
opgewekt
zwak -t volledig

Werkwoord

opwekken

  1. overgankelijk opmonteren, animeren
    • De moeder was moeilijk op te wekken nadat haar baby overleden was. 
  2. overgankelijk doen ontstaan
    • Ze moesten de weeën opwekken om de bevalling te starten. 
Typische woordcombinaties
belangstelling opwekken voor iets
  • iets onder de aandacht brengen
belangstelling opwekken voor iets
belangstelling opwekken voor iets
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.