opwekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·wek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opwekken
wekte op
opgewekt
zwak -t volledig

Werkwoord

opwekken

  1. overgankelijk opmonteren, animeren
    • De moeder was moeilijk op te wekken nadat haar baby overleden was. 
     De sfeer was altijd opgewekt, maar al snel ging iedereen over tot de orde van de dag en vertrok naar zijn of haar kamer om huiswerk te maken en ‘écht’ belangrijke mensen te bellen over de laatste drama’s op school.[1]
  2. overgankelijk doen ontstaan
    • Ze moesten de weeën opwekken om de bevalling te starten. 
Typische woordcombinaties
belangstelling opwekken voor iets
  • iets onder de aandacht brengen
belangstelling opwekken voor iets
belangstelling opwekken voor iets
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be