opduvel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·du·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opduvel opduvels
verkleinwoord opduveltje opduveltjes

Zelfstandig naamwoord

opduvel m [1]

  1. (informeel) klap, stoot
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
opduvelen

opduvel

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opduvelen
    • ... dat ik opduvel. 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Verwijzingen