opwerpen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·wer·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opwerpen
wierp op
opgeworpen
klasse 3 volledig

Werkwoord

opwerpen

  1. als onderdeel van een betoog presenteren
    • Hij wierp toch wel wat bezwaren op tegen het wel heel ambitieuze plan. 
  2. een dijk of heuvel bouwen
    • Een aarden wal opwerpen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be