oprotten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·rot·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
oprotten
rotte op
opgerot
zwak -t volledig

Werkwoord

oprotten

  1. (ergatief) (informeel), (dysfemisme) vertrekken
    Rot op, ik wil je niet meer zien!
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
oprotten

oprotten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van oprotten
    ...dat wij oprotten.
    ...dat jullie oprotten.
    ...dat zij oprotten.