oplaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·laag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oplaag oplagen
oplages
verkleinwoord oplaagje oplaagjes

Zelfstandig naamwoord

oplaag v/m

  1. het aantal exemplaren van bijvoorbeeld een boek, drukwerk, tijdschrift of krant dat in één keer gedrukt wordt


Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.

Meer informatie