opzwepen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·zwe·pen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

opzwepen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opzwepen
zweepte op
opgezweept
zwak -t volledig
  1. zorgen dat de emoties van mensen hoog oplopen
    • Met zoveel vrolijke mensen in een zonovergoten weide, drankkraampjes die topomzetten draaien en artiesten die het publiek opzwepen lijkt Bevrijdingspop op een gewoon popfestival. [1] 
  2. zorgen dat mensen beter gaan presteren
    • De regerend wereldkampioenen uit Brazilië lieten zich opzwepen door de duizenden enthousiaste toeschouwers en wonnen met 21-17 21-23 en 16-14. Voor Brouwer en Meeuwsen rest nu donderdag de strijd om het brons. [2] 
  3. van water: dat het in een bepaalde richting gedreven wordt
  4. van vuur : dat het harder gaat branden
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia Nico Heemelaar 10-01-17 2017
  2. Tubantia 11-01-2017