luidop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luid·op
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

luidop

  1. luidkeels, hardop
    • Je mag het antwoord best luidop zeggen, je hoeft het niet te fluisteren. 

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.