opdraven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·dra·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opdraven
draafde op
opgedraafd
zwak -d volledig

Werkwoord

opdraven

  1. snel komen voor iets belangrijks
    • De huisarts kwam snel opdraven na de noodoproep door de patiënt. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.