opkopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ko·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van kopen met het voorvoegsel op-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opkopen
kocht op
opgekocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

opkopen

  1. (overgankelijk) in zijn geheel kopen van een verzameling artikelen
    Projectontwikkelaars met plannen om langs het strand hotels te bouwen, hebben de grond opgekocht.
    De failliete inboedel werd opgekocht door een handelaar.
  2. (overgankelijk) kopen, overnemen van een bedrijf
    Buitenlandse energieleveranciers kopen Nederlandse bedrijven op.
Vertalingen