opklimmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·klim·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opklimmen
klom op
opgeklommen
klasse 3 volledig

Werkwoord

opklimmen

  1. ergatief een hoger punt trachten te bereiken
    • Hij was de heuvel opgeklommen. 
     De abrupte overgang van de woestijn naar de hoge Sierra kwam onverwacht hard aan. Drie dagen na het verlaten van Kennedy Meadows was ik Mount Whitney op geklommen [sic!] waar ik een nacht in het noodweer op de top moest doorbrengen.[1]
     Wat een deceptie toen ik druipend de oever opklom en ontdekte dat er zich een familiecamping naast het meer bevond: dit was niet de wildernis die ik had verwacht.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be