opwaarderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·waar·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opwaarderen
waardeerde op
opgewaardeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

opwaarderen

  1. verbeteren, bijwerken
    • Voor die diensten moet het netwerk eerst opgewaardeerd worden. 
  2. een hogere waarde aan geven
    • De Chinese overheid wil de yuan gefaseerd opwaarderen. 
  3. (bij voorbetaald telefoneren) nieuw beltegoed activeren.
    • Zijn beltegoed wordt automatisch opgewaardeerd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie