opvreten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·vre·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opvreten
vrat op
opgevreten
klasse 5 volledig

Werkwoord

opvreten

  1. (overgankelijk) door vraat geheel verorberen
    De beesten hadden het voer in een mum van tijd opgevreten.