opdragen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·dra·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opdragen
droeg op
opgedragen
klasse 6 volledig

Werkwoord

opdragen

  1. ditransitief iemand iets te doen geven
    • Net als het Kadaster heeft de Topografische Dienst nooit een formele taak opgedragen gekregen om gemeentegrenzen vast te leggen[1] 
  2. overgankelijk iets ~ aan als eerbewijs iets wijden aan iemand
    • Dit boek dragen wij op aan onze ouders. 
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Gemeentegrenzen in Nederland: een juridisch, technisch en kadastraal onderzoek
    A Van Der Meer
    IOS Press, 2007
    ISBN 9051995180, ISBN 9789051995183