opduiken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·dui·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opduiken
dook op
opgedoken
klasse 2 volledig

Werkwoord

opduiken

  1. ergatief weer aan het oppervlak zichtbaar worden na ondergedoken geweest te zijn
    • De pinguïn dook weer op met een visje in zijn bek. 
  2. overgankelijk door duiken iets uit de diepte naar boven halen
    • Zij doken een Griekse amfoor op tijdens hun vakantie aan de Egeïsche kust. 
  3. (figuurlijk) plotseling weer zichtbaar worden
     Ik zei er niets van, maar ik was er toch veel mee bezig, vooral als bekenden opeens helemaal uitgerust voor me opdoken en deden alsof er niks aan de hand was.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be