oppoetsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·poet·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van poetsen met het voorvoegsel op-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
oppoetsen
poetste op
opgepoetst
zwak -t volledig

Werkwoord

oppoetsen

  1. (overgankelijk) iets door poetsen een betere aanblik geven
    De kurassen waren voor de heuglijke gelegendheid glimmend opgepoetst.
  2. (overgankelijk) overdrachtelijk iets een opknapbeurt geven
    Die cursus mag best best wel eens wat opgepoetst en gemoderniseerd worden.