opdoemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·doe·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opdoemen
doemde op
opgedoemd
zwak -d volledig

Werkwoord

opdoemen

  1. ergatief vanuit het duister of de mist geleidelijk zichtbaar worden
    • Ik herinnerde me wat ze in de auto tegen vader had gezegd toen de naakte bergen van Nordland waren opgedoemd[2]. 
    • Hij kwam daardoor maar langzaam vooruit en was dan ook erg blij toen hij plotseling, in het donker van de nacht, een grote witte steen zag opdoemen. [3] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Anatomie van een verdwijning
    Hisham Matar 2011
  3. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 69