opdoemen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·doe·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opdoemen
doemde op
opgedoemd
zwak -d volledig

Werkwoord

opdoemen

  1. ergatief (vanuit het duister of de mist) geleidelijk zichtbaar worden
    • Ik herinnerde me wat ze in de auto tegen vader had gezegd toen de naakte bergen van Nordland waren opgedoemd[3]. 
    • Hij kwam daardoor maar langzaam vooruit en was dan ook erg blij toen hij plotseling, in het donker van de nacht, een grote witte steen zag opdoemen. [4] 
    • Tachtig jaar geleden gaf Jozef Stalin het bevel tot een massale zuivering van de sovjet-samenleving. Hij zag een oorlog opdoemen en wilde preventief de 'vijfde colonne' in eigen land opruimen. Deze Grote Terreur duurde ruim een jaar. Ongeveer anderhalf miljoen mensen werden gearresteerd, 700.000 burgers ter dood veroordeeld [5] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen