Naar inhoud springen

opstaan

Uit WikiWoordenboek
  • op·staan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opstaan
stond op
opgestaan
klasse 6 volledig

opstaan

  1. ergatief gaan staan
     Niet bewegen, oké? Daarna kun je zelf opstaan en mag je naar huis.[1]
    • Kom eens uit je stoel en ga eens opstaan! 
     Na elke val, na elke tegenslag: opstaan en verdergaan.[2]
  2. wakker worden en uit bed gaan
     Het leven was heerlijk overzichtelijk, ik wist precies wat ik elke dag moest doen: opstaan, eten en de trail naar het noorden volgen.[3]
  3. ergatief het bed verlaten
    • Zorg ervoor dat je morgen op tijd opstaat. 
     Joy Mensen motiveren is ook een kunst, zeg! Moeten ze één keer om zes uur opstaan voor een ander, één keer een beetje doorstappen, één keer de pauze skippen, en het gesteun en gekreun wat je vervolgens krijgt! Ik ben meer uitgeput van het aanjagen van de groep dan van het beklimmen van die laatste heuvel.[2]
  4. inergatief, (kookkunst) op het vuur staan
    • Het gerecht staat op, nog even geduld... 
  5. ergatief, (religie) uit de dood herrijzen
    • Sommige christenen geloven dat bij de wederkomst van Jezus alle doden zullen opstaan. 

[2,3]

  • Daarvoor moet je [veel] eerder/vroeger opstaan.
Dat moet je veel beter/doordachter/handiger aanpakken
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  2. 1 2
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be