opstaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·staan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opstaan
stond op
opgestaan
klasse 6 volledig

Werkwoord

opstaan

  1. ergatief gaan staan
    • Kom eens uit je stoel en ga eens opstaan! 
  2. ergatief het bed verlaten
    • Zorg ervoor dat je morgen op tijd opstaat. 
  3. inergatief (koken) op het vuur staan
    • Het gerecht staat op, nog even geduld... 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.