ophitsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·hit·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van hitsen met het voorvoegsel op-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ophitsen
hitste op
opgehitst
zwak -t volledig

Werkwoord

ophitsen

  1. (overgankelijk) kwaad en opgewonden maken
    Het publiek werd opgehitst door de fanatieke redevoering.
Vertalingen