opgeilen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·gei·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

opgeilen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opgeilen
geilde op
opgegeild
zwak -d volledig
  1. iemand seksueel prikkelen
    • Bovendien moest ze een hele zaal entertainen en opgeilen. Na de brave televisieopdrachtjes ontpopte ze zich tot sexy stoeipoes. [1] 
  2. iemand actiever maken, iemand alerter maken
    • Als je even doordenkt, is dat een pornografische scène en doet die vrouw niets anders dan een kunstenaar opgeilen. En die kunstenaar strijkt vervolgens met de eer. [2] 
    • Jonge mariniers bezigen de meesterwerken van Coppola, Kubrick en Stone gretig als rituele voorbereiding op hun vuurdoop: drie dagen samen zuipen en je opgeilen aan verkrachting, brandstichting en verminkingen. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 07 DECEMBER 2002 Deborah ostrega geeft zich bloot
  2. De Standaard 24 JUNI 2004 GRAFFITI
  3. De Standaard 26 APRIL 2003 OM 00:00 UUR | Gilbert Roox REPORTAGE. Is killen fun?