optekenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·te·ke·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

optekenen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
optekenen
tekende op
opgetekend
zwak -d volledig
  1. nauwkeurig omschrijven en schriftelijk vastleggen zodat men het later nog kan raadplegen
    • In Monza had Stoffel Vandoorne met een zevende plaats in de tweede vrije training al zijn beste resultaat in een officiële sessie laten optekenen. Vrijdag in Singapore, deed hij nog een plaatsje beter: zesde, op een stratenomloop waarop hij nog nooit eerder had gereden. Met een tijd van 1:42.501 was hij bijna drie tienden van een seconde sneller dan ploegmaat Fernando Alonso. Het wakkert de hoop op punten alleen maar aan. ‘Het was een positieve dag, ja’, grijnsde Vandoorne. [2] 
    • In het boek gaat de voormalige presentator niet alleen in op de zaak, maar laat hij zijn levensverhaal optekenen. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard ZATERDAG 16 SEPTEMBER 2017
  3. Tubantia Dennis Jansen 09-09-2017