bovenop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·op
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

bovenop

  1. hoger dan elk ander deel, op het hoogste deel, steunend op de lagere delen
    • Dit boek lag bovenop de stapel. 
  2. als iets extra's
    • Bovenop de directe gevolgen van de ziekte had hij ook nog te maken met de financiële rampspoed die hem overkwam. 
Hyponiemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen