doodop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dood·op
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen doodop
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

doodop

  1. zo sterk vermoeid dat men in levensgevaar of althans gevaar voor de gezondheid is
    • Hij veroorzaakte een verkeersongeluk omdat hij doodop was van die lange reis en toch achter het stuur klom. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.