opdat
Uiterlijk
- op·dat
- In de betekenis van ‘onderschikkend voegwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1285 [1]
- samenstelling van op en dat [2]
opdat
- geeft onderschikkend een doel aan
- Ik leer mijn lessen opdat ik het examen haal.
- Opdat ik het examen haal leer ik mijn lessen.
- ▸ Weet je, zei hij, er moet iemand verdrinken opdat anderen kunnen drijven.[3]
- ▸ De grootsheid van de koninklijke personages, de gruwel en noodlottigheid van wat zij elkaar aandoen opdat het kosmisch evenwicht hersteld wordt: het maakt de indruk van openbaringen uit een oeroude heldenwereld, maar tegelijkertijd laat Aeschylus diepe psychologische waarheden zien.[4]
- Het woord opdat staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opdat" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 93 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ "opdat" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ opdat op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
- ↑ Jacqueline Klooster“Klassieke literatuur” (2017), Amsterdam University Press
, ISBN 9789089649805 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Voegwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 93 %