opkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van komen met het voorvoegsel op-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opkomen
kwam op
opgekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

opkomen

  1. (ergatief) zichzelf of iemand anders verdedigen
    Hij kwam op voor de gepeste jongen.
  2. (ergatief) omhoogkomen
    De maan lijkt van achter de zee op te komen.
  3. naar een bijeenkomst gaan
    Enkele kiezers zijn niet opgekomen.
  4. (kunst) op het toneel verschijnen
    Na de ouverture komt de hoofdrolspeelster als eerste op.
  5. tot ontwikkeling komen
    Het opkomen van nieuwe methoden in de landbouw.
  6. ingang vinden, populair worden
    Een opkomende rage/mode.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Voor iemand opkomen
Voor iemand in de bres springen
  • Ergens opkomen
Iets bedenken/Ietsverzinnen
  • Opkomend noodweer/onheil
Naderend onweer/onheil
Vertalingen