opzwellen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·zwel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opzwellen
zwol op
opgezwollen
klasse 3 volledig

Werkwoord

opzwellen

  1. ergatief in volume toenemen
    • Na die wespensteek zwol zijn wang helemaal op. 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

Opzwellen van trots.

  • Heel erg trots zijn.

Een opgezwollen gezicht.

  • Een dik gezicht.

Opzwellen als een ballon.

  • Dik worden.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.