opsluiten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·slui·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opsluiten
sloot op
opgesloten
klasse 2 volledig

Werkwoord

opsluiten

  1. overgankelijk iemand achter slot gevangen zetten
    • Hij sloot de hond even op in de achterkamer. 
    • ‘Ik was al eens zes maanden opgesloten omdat ik mijn haar had laten knippen. [1] 
  2. wederkerend zich opsluiten: zichzelf vrijwillig dwingen ergens op een vaste plaats te blijven
     Barbie en ik sloten ons uren op in de keuken om het feestmaal voor te bereiden.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. De Standaard 15/01/2019 door jvt Saudische tiener: ‘Ik hoop dat mijn verhaal andere vrouwen aanmoedigt om vrij te zijn’
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be