Naar inhoud springen

waarde

Uit WikiWoordenboek
  • waar·de
enkelvoud meervoud
naamwoord waarde waarden
waardes
verkleinwoord waardetje waardetjes

dewaardev

  1. iets waar een persoon of een groep van personen belang aan hecht, dit leidt vaak tot het stellen van al dan niet geschreven normen; voorbeelden van waarden zijn: gezondheid, vrijheid, zekerheid, geluk
    • "Het is een orthodoxe school waarvan je je kunt afvragen of die niet op gespannen voet staat met onze westerse waarden." [1] 
     Onderschat de waarde van trail fashion ook niet: ik droeg hem vaak genoeg als hipstersjaal in de stad.[2]
     Hij had zijn kinderen veel belangrijke waarden meegegeven, zijn liefde voor muziek en het belang van maatschappelijke verantwoordelijkheid.[2]
  2. de mogelijke opbrengst bij het op de markt brengen van een goed of dienst
     Ze vergroten het mirakel uit, zodat hun bezit in waarde zal toenemen.[3]
     Het is alleen jammer dat we het afgelopen jaar zo'n goed resultaat hebben geboekt: met een winst van vijf miljoen euro wordt de waarde van ons bedrijf al snel zo rond de vijftig miljoen geschat.[4]
  3. resultaat van een meting
     Zo vinden ze voor de afstand tot de Virgocluster - een ver verwijderde groep van sterrenstelsels - allemaal een waarde van ongeveer vijftig miljoen lichtjaar.[5]
     Niemand weet echter waar de kosmologische constante vandaan komt en waarom hij precies de waarde heeft die hij heeft.[5]
  • Iemand in zijn waarde laten
Iemand niet tekortdoen
  • Iemand/Iets op waarde schatten
Iemand/Iets op de juiste manier inschatten, niet onderwaarderen
  • Van nul en gener[lei] waarde
Waardeloos, niets waard
  • Alles van waarde is weerloos.[6]
Iets wat kostbaar is, is gauw beschadigd of verdwenen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

waarde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van waard
vervoeging van
waren

waarde

  1. enkelvoud verleden tijd van waren
    • Ik waarde. 
    • Jij waarde. 
    • Hij, zij, het waarde. 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[7]
  1. www.parool.nl
  2. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  5. 1 2 “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  6. Oorspronkelijk een citaat van Lucebert op Wikipedia
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be