opblazen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[2] Een ballon opblazen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·bla·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opblazen
blies op
opgeblazen
klasse 7 volledig

Werkwoord

opblazen

  1. overgankelijk doen ontploffen
    • Dat gebouw wordt opgeblazen. 
  2. overgankelijk een gas in een uitzetbare ruimte pompen
    • Een ballon opblazen. 
  3. overgankelijk (een gebeurtenis) op overdreven manier beschrijven
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie