Naar inhoud springen

opgetogen

Uit WikiWoordenboek
  • op·ge·to·gen
  • In de betekenis van ‘verrukt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1461 [1]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen opgetogenopgetogeneropgetogenst
verbogen opgetogenste
partitief opgetogensopgetogeners-

opgetogen

  1. in een enthousiaste stemming
    • De winnaar was in een opgetogen stemming. 
     'Nikster, kom, het valt vast reuze mee ' Ik probeer opgetogen te klinken, maar ik ben doodmoe.[2]
     De laptop werd dan tussen de borden spaghetti opengeklapt zodat ik de opgetogen gezichten van mijn kinderen kon zien.[3]
stellend vergrotend overtreffend
opgetogen opgetogener het opgetogenst

opgetogen

  1. met enthousiasme, op enthousiaste wijze
    • Het plan werd opgetogen ontvangen. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. "opgetogen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be