opvaren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·va·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opvaren
voer op
opgevaren
klasse 6 volledig

Werkwoord

opvaren

  1. een rivier stroomopwaarts bevaren
    • Zij voeren de rivier de Neuse op. 
  2. een groot water, bijvoorbeeld een zee of oceaan gaan bevaren
    • Zij voeren bij Hoek van Holland de Noordzee op. 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be