opwekkend
Uiterlijk
- op·wek·kend
| vervoeging van: | opwekken |
| verbogen vorm: | opwekkende |
opwekkend
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | opwekkend | opwekkender | opwekkendst |
| verbogen | opwekkende | opwekkendere | opwekkendste |
| partitief | opwekkends | opwekkenders | - |
opwekkend [1]
- van iets of iemand dat je er vrolijk en levendig van wordt
- Ook in Nederland kan men zich op een 'opwekkend' vitamine-infuus laten aansluiten. De behandeling, die wel eens de ultieme anti-katerbehandeling wordt genoemd, zou vooral populair zijn in het uitgaanscircuit. [2]
- Modemeisje en blogster Anna Nooshin begon vandaag met een opwekkend bericht op haar Instagram-account. [3]
1. van iets of iemand dat je er vrolijk en levendig van wordt
- Het woord opwekkend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opwekkend" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Tubantia Tom Tates 11-01-17 Daniëlle Oerlemans onder vuur na vitamine-infuus
- ↑ Tubantia Tom Tates 07-10-17 Anna 'gesnapt' tijdens het uitkleden en Chantal geeft Jandino lapdance
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be