optreden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·tre·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
optreden
trad op
opgetreden
klasse 5 volledig

Werkwoord

optreden

  1. ergatief, inergatief voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin
    • Hij trad een aantal malen op met die toneelvereniging. 
  2. ergatief, inergatief controlerende of bestraffende maatregelen uitvoeren
    • Het wordt tijd dat de politie eens flink daartegen optreedt. 
  3. ergatief in bepaalde gevallen gebeuren
    • Deze fout treedt alleen op wanneer er geen enkel gegeven ingevoerd wordt. 
Opmerkingen
  • Het werkwoord wordt soms als ergatief dan weer als inergatief behandeld, in sommige betekenissen wat meer het een dan het ander.[1]
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord optreden optredens
verkleinwoord optredentje optredentjes

Zelfstandig naamwoord

optreden o

  1. een kunstzinnig verschijnen voor een publiek
    • Na aantal optredens in het buitenland keerde hij naar Vlaanderen terug. 
     De beroemdheden komen nog altijd. Henriroux: 'Een paar dagen geleden hadden we Stevie Wonder nog, na zijn optreden op het jazzfestival van Vienne.'[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Onze Taal
  2. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be