optreden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·tre·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
optreden
trad op
opgetreden
klasse 5 volledig

Werkwoord

optreden

  1. ergatief, inergatief voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin
    • Hij trad een aantal malen op met die toneelvereniging. 
  2. ergatief, inergatief controlerende of bestraffende maatregelen uitvoeren
    • Het wordt tijd dat de politie eens flink daartegen optreedt. 
  3. ergatief in bepaalde gevallen gebeuren
    • Deze fout treedt alleen op wanneer er geen enkel gegeven ingevoerd wordt. 
Opmerkingen
  • Het werkwoord wordt soms als ergatief dan weer als inergatief behandeld, in sommige betekenissen wat meer het een dan het ander.[1]
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord optreden optredens
verkleinwoord optredentje optredentjes

Zelfstandig naamwoord

optreden o

  1. een kunstzinnig verschijnen voor een publiek
    • Na aantal optredens in het buitenland keerde hij naar Vlaanderen terug. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie