optreden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·tre·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van treden met het voorvoegsel op-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
optreden
trad op
opgetreden
klasse 5 volledig

Werkwoord

optreden

  1. (ergatief), (inergatief) voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin
    Hij trad een aantal malen op met die toneelvereniging.
  2. (ergatief), (inergatief) controlerende of bestraffende maatregelen uitvoeren
    Het wordt tijd dat de politie eens flink daartegen optreedt.
  3. (ergatief) in bepaalde gevallen gebeuren
    Deze fout treedt alleen op wanneer er geen enkel gegeven ingevoerd wordt.
Opmerkingen
  • Het werkwoord wordt soms als ergatief dan weer als inergatief behandeld, in sommige betekenissen wat meer het een dan het ander.[1]
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord optreden optredens
verkleinwoord optredentje optredentjes

Zelfstandig naamwoord

optreden o

  1. een kunstzinnig verschijnen voor een publiek
    Na aantal optredens in het buitenland keerde hij naar Vlaanderen terug.
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Onze Taal