verhouding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·hou·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verhouding verhoudingen
verkleinwoord verhoudinkje verhoudinkjes

Zelfstandig naamwoord

verhouding v

  1. (wiskunde) een verband in de vorm van een breuk tussen getalsmatige grootheden
    • De verhouding Franstaligen over Nederlandstaligen in België is 4/6. 
  2. de betrekking van personen onderling
    • Er heerste een gespannen verhouding onder de groepsleden. 
  3. een intieme, duurzame relatie tussen twee personen
    • Zij hebben al een tijdje een los-vaste verhouding. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen