verhouding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·hou·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verhouding verhoudingen
verkleinwoord verhoudinkje verhoudinkjes

Zelfstandig naamwoord

verhouding v

  1. (wiskunde) een verband in de vorm van een breuk tussen getalsmatige grootheden
    • De verhouding Franstaligen over Nederlandstaligen in België is 4/6. 
     Door mijn nieuwe, zuinige levensstijl zou er ruimte kunnen ontstaan om een andere verhouding tussen werk en avontuur te vinden.[2]
  2. de betrekking van personen onderling
    • Er heerste een gespannen verhouding onder de groepsleden. 
  3. een intieme, duurzame relatie tussen twee personen
    • Zij hebben al een tijdje een los-vaste verhouding. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. verhouding op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be