opleiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·lei·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opleiden
leidde op
opgeleid
zwak -d volledig

Werkwoord

opleiden

  1. overgankelijk kennis en vaardigheid bijbrengen
    • De soldaten worden opgeleid om tactische aanvallen uit te voeren. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.