opklaren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·kla·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van klaar met het voorvoegsel op-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opklaren
klaarde op
opgeklaard
zwak -d volledig

Werkwoord

opklaren

  1. (onpersoonlijk) (meteorologie) Het ontstaan van open plekken in wat een gesloten wolkendek was
    Plotseling klaarde het op en brak de zon door.
  2. (ergatief) bij uitbreiding een zonniger aanblik vertonen
    Het leek of de gezichten in de zaal een beetje opklaarden.
Verwante begrippen
Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands

betrekkenbliksemendauwendonderendooiengietenhagelenijzelenmiezerenmistenmotregenennevelen
onwerenopklarenplenzenplensregenenregenensneeuwenstormenvriezenwaaienweerlichten

Vertalingen