opscharrelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·schar·re·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

opscharrelen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opscharrelen
scharrelde op
opgescharreld
zwak -d volledig
  1. met moeite vinden en krijgen
    • Voorafgaand aan het gesprek laat Linck de sprekers een vragenlijst invullen, opdat zij kan inhaken op specifieke woonplaatsen en op voorvallen die daarop vermeld staan.Met haar opnameapparatuur komt Linck bij de mensen aan huis, ongeacht waar in Neder land ze wonen. Ze trekt een dag uit voor zo'n interview. Desgewenst kunnen mensen foto's of paperassen opscharrelen, wanneer dat hun verhaal goed doet [2] 
  2. proberen een niet al te serieuze liefdesrelatie te krijgen met een meisje
    • Een goede camping heeft ook een kantine waar je instant­noedels kan koken en vakantieliefjes opscharrelen. [3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Volkskrant Mieke Zijlmans 3 februari 2001
  3. de Standaard ZATERDAG 24 JUNI 2017