rusten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rus·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rusten
rustte
gerust
zwak -t volledig

Werkwoord

rusten

  1. werk of andere activiteit staken om het lichaam in staat te stellen weer op krachten te komen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

rusten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord rust