opgieten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·gie·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opgieten
goot op
opgegoten
klasse 2 volledig

Werkwoord

opgieten [1]

  1. overgankelijk op iets gieten, met name om het te laten trekken of weken
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen