enig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • enig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van een met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen enig eniger enigst
verbogen enige enigste

Bijvoeglijk naamwoord

enig

  1. leuk, aardig, schattig
    Wat een enig hondje!
  2. uniek [2]
    Dit is enig in zijn soort.
    Dat zijn de enige die nog over zijn.
Vertalingen

Onbepaald voornaamwoord

  1. een kleine mate
    enig enthousiasme is wel gewenst.
  2. het maakt niet uit welk
    Op enig moment moet ik je vandaag even spreken.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal