oponthoud

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ont·houd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oponthoud oponthouden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

oponthoud o [2]

  1. tijd die men ergens verblijft
  2. onverwachte vertraging in gemaakte plannen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal