Naar inhoud springen

oppositie

Uit WikiWoordenboek
  • op·po·si·tie
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tegenstand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1409 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord oppositie opposities
verkleinwoord oppositietje oppositietjes

de oppositie v

  1. verzet, tegenstand
    • Het leger ontmoette veel oppositie nadat de tegenstanders erin geslaagd waren te hergroeperen. 
  2. (politiek) mensen en partijen die niet tot de regeringspartijen horen
    ▸ Ze liefhebberde wat in de oppositiepolitiek net toen die oppositie ophield te bestaan, ging werken voor oligarch Michail Chodorkovski, die onmiddellijk werd gearresteerd, en was opeens in Beslan omdat ze haar aanzienlijke vaardigheden en connecties ergens voor wilde inzetten.[2]
    ▸ De oppositie moet blijven bestaan opdat de macht zich ertegen kan uitleven.[3]
  3. (astronomie) een toestand waar twee hemellichamen vanuit het standpunt van de Aarde 180° van elkaar zitten (dus op een rechte lijn zitten met de Aarde ertussenin)
  4. tegenstelling
    ▸ Zonder alle discussies te willen negeren, merk ik ten slotte op dat de oppositie 'religie' en 'filosofie' in de premoderne filosofische context hoogst onvruchtbaar is, ook als het gaat om taoïsme.[5]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[6]