oppositie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·po·si·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord oppositie opposities
verkleinwoord oppositietje oppositietjes

Zelfstandig naamwoord

oppositie v

  1. tegenstand.
    • Het leger ontmoette veel oppositie nadat de tegenstanders erin geslaagd waren te hergroeperen. 
  2. (politiek) mensen en partijen die niet tot de regeringspartijen horen
    • De oppositie slaagde er toch in veel volgelingen op de been te brengen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie