opspraak
Uiterlijk
- op·spraak
- samenstelling van op en spraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opspraak | - |
| verkleinwoord | - | - |
- publieke discussie, gewoonlijk in afkeurende zin
- Meent ze dat ze boven de opspraak is verheven?
- in opspraak komen
publieke kritiek te verduren krijgen; in een schandaal verwikkeld raken
- ∗ Bakker kwam eind 2010 in opspraak toen enkele vrouwelijke ex-cliënten hem beschuldigden van seksueel misbruik. In 2011 werd Bakker in hechtenis genomen en in 2012 kreeg hij vijf jaar cel opgelegd. Door het voorarrest kwam Bakker in 2014 al vrij.[1]
- ∗ Buikhuisen kwam eind jaren 70 in opspraak nadat hij had aangekondigd onderzoek te willen doen naar de rol die erfelijkheid speelt bij crimineel gedrag. Buikhuisen was op dat moment werkzaam als hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Leiden. Zowel in het maatschappelijk debat als onder zijn collega's kregen zijn onderzoeksvoorstellen felle kritiek.[2]
- Het woord opspraak staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opspraak" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑
Weblink bron “Voormalige verslavingsgoeroe Keith Bakker krijgt fors lagere straf in hoger beroep” (13 jul 2022), NU.nl - ↑
Weblink bron “Criminoloog Wouter Buikhuisen (91) overleden” (10 mei 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be