opvallend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·val·lend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen opvallend opvallender opvallendst
verbogen opvallende opvallendere opvallendste
partitief opvallends opvallenders -

Bijvoeglijk naamwoord

opvallend

  1. wat de aandacht trekt en wat iedereen dus direct ziet
    • Zij was een zeer opvallend persoon. 
    • Een opvallende boom die Wattez meebracht naar Smalenbroek is de mammoetboom, die hij net naast de Ter Kuile-villa heeft geplaatst. Deze boom is een jonger broertje van zijn wereldberoemde soortgenoten in Californië, die daar al duizenden jaren het landschap sieren. Maar zelfs op de relatief jonge leeftijd van honderd jaar straalt de Enschedese mammoetboom al iets prehistorisch uit. [1] 

Werkwoord

vervoeging van
opvallen

opvallend

  1. onvoltooid deelwoord van opvallen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen