opvallend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·val·lend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen opvallend opvallender opvallendst
verbogen opvallende opvallendere opvallendste
partitief opvallends opvallenders -

Bijvoeglijk naamwoord

opvallend

  1. wat de aandacht trekt en wat iedereen dus direct ziet
    • Zij was een zeer opvallend persoon. 

Werkwoord

vervoeging van
opvallen

opvallend

  1. onvoltooid deelwoord van opvallen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.