opsmukken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·smuk·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opsmukken
smukte op
opgesmukt
zwak -t volledig

Werkwoord

opsmukken

  1. overgankelijk zorgen dat iets of iemand er mooier uitziet
    • Het terrein achter het Koetshuis wordt netjes opgesmukt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.