opheffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·hef·fen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opheffen
hief op
opgeheven
klasse 7 volledig

Werkwoord

opheffen

  1. overgankelijk iets in opwaartse richting brengen
    • Toen hij zijn naam hoorde hief hij zijn hoofd op. 
  2. overgankelijk een instelling of regel ongedaan maken
    • Deze treinverbinding is al enige jaren opgeheven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.