opzoeken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·zoe·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opzoeken
zocht op
opgezocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

opzoeken

  1. overgankelijk proberen te vinden
    • Kun je de vertaling van dit woord opzoeken? 
  2. iemand bezoeken
    • Ik zocht mijn zieke moeder op in het ziekenhuis. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.