Naar inhoud springen

opzoeken

Uit WikiWoordenboek
  • op·zoe·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opzoeken
zocht op
opgezocht
zwak -cht volledig

opzoeken

  1. overgankelijk proberen te vinden
    • Kun je de vertaling van dit woord opzoeken? 
  2. iemand bezoeken
    • Ik zocht mijn zieke moeder op in het ziekenhuis. 
     Je hier komen opzoeken tijdens mijn vakantie.[1]
     Wat had ik tegen haar kunnen zeggen? We gaan de mevrouw opzoeken die Malcolm heeft aangereden? Dat kon niet.[1]
     ‘En?’ vroeg Jesus toen ik de groep weer opzocht.[2]
     Moest ik in dit open maanlandschap mijn tent opzetten of de veiligheid van de bomen opzoeken? Inmiddels vormden zich bij de bergpas donkere wolken die zich snel verder samenpakten.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  2. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be