opzoeken
Uiterlijk
- op·zoe·ken
- samenstelling van op bw en zoeken ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opzoeken |
zocht op |
opgezocht |
| zwak -cht | volledig | |
opzoeken
- overgankelijk proberen te vinden
- Kun je de vertaling van dit woord opzoeken?
- iemand bezoeken
- Ik zocht mijn zieke moeder op in het ziekenhuis.
- ▸ Je hier komen opzoeken tijdens mijn vakantie.[1]
- ▸ Wat had ik tegen haar kunnen zeggen? We gaan de mevrouw opzoeken die Malcolm heeft aangereden? Dat kon niet.[1]
- ▸ ‘En?’ vroeg Jesus toen ik de groep weer opzocht.[2]
- ▸ Moest ik in dit open maanlandschap mijn tent opzetten of de veiligheid van de bomen opzoeken? Inmiddels vormden zich bij de bergpas donkere wolken die zich snel verder samenpakten.[2]
- Het woord opzoeken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opzoeken" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- 1 2 Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- 1 2 Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-cht) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %