voorop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·op
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

voorop

  1. in een rij of groep als eerste in de bewegingsrichting.
  2. aan de voorkant bovenop: Jan zat voorop op de tandem.
  3. (figuurlijk) als één der eersten: Het bedrijf loopt voorop bij het gebruik van nieuwe technologieën.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.