opstand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·stand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opstand opstanden
verkleinwoord opstandje opstandjes

Zelfstandig naamwoord

opstand m

  1. een massale, vaak gewelddadige, poging het heersende gezag af te schudden
    • De opstand die al enige tijd woedde werd gewelddadig onderdrukt. 
     Maar nadat Boedapest zijn equivalent van het Slânsky-proces had doorgemaakt, werden de demonstraties steeds oncontroleerbaarder en ontwikkelden zich tot een opstand tegen alles waar de partij en regering voor stonden, geleidelijk aan met gewapende groepen.[2]
  2. staande bomen.
  3. overeind staand deel, schot
Synoniemen
Verwante begrippen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. opstand op website: Etymologiebank.nl
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044633535
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be