aanraken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ra·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanraken
raakte aan
aangeraakt
zwak -t volledig

Werkwoord

aanraken

  1. overgankelijk fysiek contact maken met iets
    Ik heb dat niet aangeraakt.
    In een museum mag je alles bekijken maar je mag niets aanraken.
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.