opdrijven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·drij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opdrijven
dreef op
opgedreven
klasse 1 volledig

Werkwoord

opdrijven

  1. overgankelijk iets naar boven toe doen bewegen
    • De hoge olieprijs heeft de prijzen van vele andere zaken opgedreven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie